
AFSCHEID NEMEN
Jullie hebben mij naar het station gebracht,
daar moest ik wachten op de trein die mij meenam naar het onbekende.
Jullie hebben het kaartje gekocht,
ik hoefde niets te doen, alleen maar instappen.
Ik hoorde de trein langzaam aankomen,
na lang wachten stopte hij voor mij op het station.
Even dacht ik, hij rijdt door, maar nee, ik kon niet meer terug,
Ik moest wel mee, en ik stapte in.
Onbekende gezichten keken naar mij op,
ik hield mijn tas met herinneringen stevig vast.
Ik keek in het rond, op zoek naar een zitplaats, maar alle plaatsen leken bezet.
Een onbekende riep mij aan, kom hier bij het raam,
er is hier nog plaats, hier zit je veilig.
Ik deed het raam open,
terwijl ik naar buiten keek, zette de trein zich in beweging.
Ik zag jullie weer allemaal, die ik heb gekend,
ik zwaaide naar jullie tot ik niemand meer zag.
Ik ging zitten, af en toe stapte er een bekende in de trein,
maar die stapte even later weer uit.
Ik voelde mij alleen, ik was alles kwijt, mijn frustratie en boosheid ongekend, niemand kwam vragen of ik in de trein wilde blijven,
het leek erop dat ik geen keus had.
Toen het mijn tijd was om uit te stappen, hoopte ik weer thuis te zijn.
Een huis in het bos, een vacantieoord, mijn eigen huis leek zo ver weg.
Eenmaal binnen in het huis, zag ik een hele hoop gezichten,
gezichten die allemaal zoekende waren.
Ik was het zoeken moe, ik voelde alleen verdriet, waarom??
Met verdriet en pijn in mijn hart nam ik afscheid van het bekende,
Ik liep in rondjes, op zoek naar wat daar buiten zo mooi leek.
In de verte hoorde ik weer een treinfluit, en toen wist ik het, dit was mijn teken. Ik nam voor het eerst mijn leven weer in eigen hand, die trein moest ik halen.
Het was al avond en de weg ernaar toe was lang.
Ik zag de trein in de verte als een fel licht naar mij toekomen rijden.
Toen de trein er bijna was, kon ik niet meer.
Op dat moment gingen de deuren open en een bekende en veilige stem riep naar mij “Geef mij je hand, bij mij ben je veilig, bij mij ben je thuis”.
Ik pakte zijn hand en stapte in, de deur sloot zich achter mij.
Geschreven en voorgelezen tijdens de begrafenis van een dierbare tante die door de eenzaamheid van dementie overleed. Wendy Lorist.