maandag 12 januari 2009


Lieve Dave en Gretha,


Jij was als klein ventje een overlever, de David in David en Goliath,
Jij was de kaasboertje, Hollands welvaart, de dikkertjedap,
jij was de broertje die het gevoel van zorg in mij aanwakkerde,
Jij was als kind de sterke kracht, met een heel klein hartje.

Jij durfde veel, ik niet,
Jij zette overal tegen in, ik niet,
Jij had als kind overal schijt aan, ik niet,
Jij durfde geraakt te worden, ik niet.

Ik zag hoe jij alles zo makkelijk durfde, dat wilde ik ook kunnen
Ik zag hoe jij je overal tegen verzette, dat wilde ik ook kunnen
Ik zag hoe jij voor jezelf opkwam, dat wilde ik ook kunnen.
Ik zag hoe makkelijk jij goede cijfers haalde, dat wilde ik ook kunnen.

Geraakt door het leven, geraakt door het geloof,
Het leek of de zon omhoog kwam, of het licht aanging
Na lang zoeken leek je het gevonden te hebben en dat was te zien.
Je straalde van binnenuit een warme liefdevolle gloed en dat raakte iedereen om je heen.

Je hebt het geluk gevonden, in je geloof, je werk en nu in Gretha,
Een schoonheid zowel van de buitenkant als van de binnenkant,
The icing on the cake, zoals we dat in Canada zouden zeggen,
Jullie relatie is in een sneltrein vaart gegaan, gedreven door de geest misschien?

Jullie hebben samen een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weten jullie dat jullie nooit zullen worden vergeten,
Jullie leveren het bewijs van jullie bestaan
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
Het water nooit dezelfde weg zal gaan.

Jullie hebben een steen verlegd in een rivier op aarde,
Het water gaat er anders dan voorheen
De stroom van een rivier hou je niet tegen
Het water vindt er altijd een weg omheen.

Misschien eens gevuld, door sneeuw en regen
Neemt de rivier jullie kiezels met zich mee,
Om hem dan glad, en rond gesleten,
Te laten rusten in de luwte van de zee.


Geschreven voorhet huwelijk van mijn jongste broer/schoonzus.

IK KEEK OM ME HEEN

Ik stond op de schoolplein en keek om me heen,
Ineens zag ik jou staan, helemaal alleen,
Je leek de rennende en schreeuwende kinderen niet te zien,
Je keek naar de hemel en draaide je hoofd steeds rond,
Ik zag je mond bewegen, maar er kwam geen geluid uit.
Je leek in je eigen wereld te leven, het ander had geen betekenis.
Het was vijf voor half negen, de bel zou zo gaan
Ik bleef naar je kijken, en ik voelde iets verdrietigs,
Jij als klein ventje deed mij denken aan vroeger toen ik klein was,
Ik voelde mij als klein kind vaak alleen, in mijn eigen wereld,
Een plek waar ik mij veilig voelde v/d buitenwereld,
Ik zou zo graag naar je heen lopen, en je een knuffel geven
Ik had vroeger ook zo graag gehad dat iemand mij een knuffel gaf en zei dat het allemaal goed zou komen.
Zou je dat fijn vinden als ik je een knuffel zou geven,
Je zou dan warmte, liefde, geborgenheid en veiligheid voelen, ik zou dat graag aan je willen geven.
Ineens schreeuwt iemand dat het tijd is om naar binnen te gaan,
Jij schrikt op, en loopt met de rest naar binnen.
Terwijl ik wegloop loopt er een traan over mijn wang heen,
Mijn kleine ik voelt met je mee.
Staande op de schoolplein raakte mij iets wat mij aan vroeger deed denken!


Wendy Lorist


AFSCHEID NEMEN

Jullie hebben mij naar het station gebracht,
daar moest ik wachten op de trein die mij meenam naar het onbekende.
Jullie hebben het kaartje gekocht,
ik hoefde niets te doen, alleen maar instappen.

Ik hoorde de trein langzaam aankomen,
na lang wachten stopte hij voor mij op het station.
Even dacht ik, hij rijdt door, maar nee, ik kon niet meer terug,
Ik moest wel mee, en ik stapte in.

Onbekende gezichten keken naar mij op,
ik hield mijn tas met herinneringen stevig vast.
Ik keek in het rond, op zoek naar een zitplaats, maar alle plaatsen leken bezet.
Een onbekende riep mij aan, kom hier bij het raam,
er is hier nog plaats, hier zit je veilig.

Ik deed het raam open,
terwijl ik naar buiten keek, zette de trein zich in beweging.
Ik zag jullie weer allemaal, die ik heb gekend,
ik zwaaide naar jullie tot ik niemand meer zag.
Ik ging zitten, af en toe stapte er een bekende in de trein,
maar die stapte even later weer uit.

Ik voelde mij alleen, ik was alles kwijt, mijn frustratie en boosheid ongekend, niemand kwam vragen of ik in de trein wilde blijven,
het leek erop dat ik geen keus had.
Toen het mijn tijd was om uit te stappen, hoopte ik weer thuis te zijn.
Een huis in het bos, een vacantieoord, mijn eigen huis leek zo ver weg.
Eenmaal binnen in het huis, zag ik een hele hoop gezichten,
gezichten die allemaal zoekende waren.
Ik was het zoeken moe, ik voelde alleen verdriet, waarom??

Met verdriet en pijn in mijn hart nam ik afscheid van het bekende,
Ik liep in rondjes, op zoek naar wat daar buiten zo mooi leek.
In de verte hoorde ik weer een treinfluit, en toen wist ik het, dit was mijn teken. Ik nam voor het eerst mijn leven weer in eigen hand, die trein moest ik halen.

Het was al avond en de weg ernaar toe was lang.
Ik zag de trein in de verte als een fel licht naar mij toekomen rijden.
Toen de trein er bijna was, kon ik niet meer.
Op dat moment gingen de deuren open en een bekende en veilige stem riep naar mij “Geef mij je hand, bij mij ben je veilig, bij mij ben je thuis”.
Ik pakte zijn hand en stapte in, de deur sloot zich achter mij.
Geschreven en voorgelezen tijdens de begrafenis van een dierbare tante die door de eenzaamheid van dementie overleed. Wendy Lorist.






DE LAATSTE AVOND DAT IK BIJ JE WAS


De laatste avond dat ik bij je was, zag ik hoe zwaar je het had,
Ik ging naast je zitten, en zei dat ik zag dat je het moeilijk had.
Wendy, zei je, ik kan niet meer, ik voel mijn verdriet en pijn steeds groter worden,
Ik voel het afscheid dichter bij komen, wil je even bij mij zitten en mijn hand vasthouden?

Je vroeg of ik bij Maria een kaarsje voor je wou aansteken, dat heb ik gedaan,
Je keek mij met pijn en verdriet aan, ik pakte je beide handen vast,
Ik zei "Ik voel dat we afscheid gaan nemen van elkaar, ik liet een traan vallen,
Jij zei "Het is daarboven heel mooi, maar hoe doe ik dat"?
Ik zei "Jij zal heel goed zelf aanvoelen als het je tijd is om te gaan".
Je zal de tijd en draagkracht gegeven worden om afscheid te nemen.

Ik liep die avond naar buiten, dat was de laatste keer dat we samen zouden praten,
Ik voelde een brok in mijn keel opkomen, en heb in de auto tranen gelaten.
Ik wist dat dit onze afscheid was, iets waar ik al een tijd tegenop zag.
Ik voelde hoe zwaar de afscheid zou worden met je gezin.

Je krachten nemen steeds meer af, het leven werd steeds ondraaglijker,
Wij nemen steeds meer van je over en probeerde het leven draaglijker voor je te maken.
Je levenskracht, je geloof, werd steeds sterker, je houvast in de nacht,
Je liefde voor je gezin werd sterker, je wilde ze niet loslaten,
Dat verdriet deelde je zo met me dat het voelde alsof ik het het zelf meemaakte.

ij hebt mij diep geraakt, en dat zal ik altijd met me dragen.
Waarom jij?
Wij zijn allebei veel geraakt in onze leven, en dat konden we samen delen.
Wij deelde dezelfde kracht om te leven, dezelfde kracht in onze geloof,
Wij dezelfde liefde voor onze gezin, en de liefde die je voor elkaar kunt hebben.

Je hebt gevochten, dat hoeft niet meer.
Je hebt veel pijn en verdriet gehad, dat heb je nu
niet meer,
Je hebt nu rust en vrede gekregen, iets wat je door iedereen gegund is.
Ik heb diepe respect voor hoe jij je leven gedragen heb, en zal jou als mens nooit vergeten.

Zijn liefde voor jullie was zo groot dat hij geen minuut ervan wou missen!
Ik wens jou en de kinderen de kracht toe die hij in het leven had om nu door deze tijd heen te komen.
Geschreven voor een dierbare cliƫnt uit de wijk die overleden is. Wendy Lorist